Running Nu
Call Us Free: 1-800-123-4567

10 juni 1978, de legendarische marathon van Sneek

10 juni 1978, de legendarische marathon van Sneek

Of de Sneker Marathon van 1978 echt tweeënveertig kilometer en 195 meter was daar twijfelen nog steeds enkele mensen aan. De wedstrijd in Friesland is in ieder geval legendarisch. Op die koude lentedag liepen Roelof Veld, Cor Vriend en Ko van der Weijden het kersverse record dat Van der Weijden tijdens de Midwintermarathon had gelopen gedrieën uit de boeken. Maar de anekdote gaat dat Roelof Veld tijdens een training op de Holterberg met zijn clubmaten van Daventria na veel gezeur over die omstreden afstand erkende dat het hooguit een kilometer of veertig was geweest op die beruchte tiende juni.
Een andere verklaring van de toptijden schuilt misschien wel in het verhaal van Ko van der Weijden, die zich tot tweemaal toe liet verleiden tot de stimulerende middelen van bondsarts Hans Keizer.

Ruim tweehonderd lopers stonden om half vier klaar in de Worp Tjaardastraat in Sneek. De organisatie van Horror, de atletiekvereniging van Sneek, had diverse topatleten weten te strikken. Op de geblesseerde Henk Kalf en Gerard Mentink na was de hele Nederlandse top naar het noorden van het land afgereisd.
Naast het kampioenschap van Nederland werd ook een interland gelopen tegen de Noren. Hun grootste troef was Jan Fjaerstad, de nationaal recordhouder. Fjaerstad liep zijn beste tijd, 2.16.56, in oktober van 1977 in Kosice. Hij klopte daar Ko van der Weijden met drie minuten. En de Nederlanders leerden de Noor ook goed kennen tijdens de City-Pier-Cityloop van Den Haag. In een sterk internationaal veld werd de Noor vierde met een tijd van 1.03.45, ruim twee minuten voor de eerste Nederlander, Barry Kneppers van het Noord-Hollandse Noordkop. Kneppers liet in die halve marathon een grote indruk achter. Zijn tijd was nog geen halve minuut langzamer dan het Nederlands record (1.05.56) van Jos Hermens.
Ook de Engelsen waren naar Sneek gekomen met een sterke equipe. Van lopers als Michael Hurd (zesde tijdens de CPC met 1.04.30) en Ian Beauchamp mochten tijden van onder de 2.16 verwacht worden. En Keith Darlow, die de eerste marathon van Sneek twee jaar eerder won met 2.25.01, was ook van de partij.

Er stond voor de toplopers veel op het spel. Naast de prestige van een podiumplek op het NK speelde de kwalificatie voor het Europees Kampioenschap in Praag. Een gezamenlijke jacht op de limiet lag voor de hand. Ook Fjaerestad had zich nog niet gekwalificeerd en wilde dolgraag met zijn reeds aangewezen landgenoot Willy Olsen naar Tsjecho-Slowakije afreizen. De leden van de selectie van bondscoach Bob Boverman moesten voldoen aan de limiet van 2.17.
Het was al wat jaren geleden dat Nederlandse marathonlopers waren uitgezonden naar een internationaal toernooi. De laatste zeven jaar vond de KNAU dat de nationale marathontop te weinig voorstelde om zich internationaal waar te maken. Het waren Geert Jansen (EK Helsinki 1971) en Aad Steylen (OS Mexico 1968) die voor het laatst de eer van Nederland hadden verdedigd. De bondscoaches van Nederland en Noorwegen besloten dan ook om de lopers in de eerste ronde samen te laten werken.

Al snel na het startschot ging een grote kopgroep via de befaamde Waterpoort in de richting van IJsbrechtum. De zestien man tellende groep bestond uit de West-Duitser Horst Wegner, Fjaerestad, Larsen, Natvig, Viholmen en Hjeldnes uit Noorwegen, de Britten Darlow, Beauchamp, Keith, Taylor en Hurst en het Nederlandse vijftal Veld, Vriend, van der Weijden, Kneppers en Peter Kooi.

Het mooie weer van de eerste juniweek was verdwenen. De temperatuur was in een paar dagen meer dan tien graden gedaald tot nog geen veertien graden en met de noordwestenwind kracht 5 werden bij tijd en wijle koude buien meegevoerd. Op weg naar Roodhuis liepen de atleten vol tegen de wind in. Zoekend naar een goede positie in de ‘waaier’ probeerden de lopers zo min mogelijk krachten te verspillen. Met name Roelof Veld wist goed te profiteren van deze tactiek. Het was Viholmen die als eerste moest lossen uit de kopgroep. Al snel volgden meer lopers. Na de versnelling van Roelof Veld haakte ook Barry Kneppers af. Zijn trainer gaf aan om niet mee te gaan, het zou te snel gaan, zo vroeg in de wedstrijd. De eerste tien kilometer van de wedstrijd was in 31.18 afgelegd. De volgende tien gingen in 32.43 en tussen het twintig en dertig kilometer werd zelfs een tussentijd van 31.29 geklokt.

Hoewel Ko van der Weijden tot na De Klieuw, zo rond het vijfendertig kilometerpunt, nog in het groepje met Veld, Vriend, Beauchamp en Fjaerestad liep was bij hem het beste er af. Al vanaf het begin had Ko van der Weijden maagklachten en diarree. Dat laatste was ook voor het publiek duidelijk zichtbaar. De cafeïnepillen die Hans Keizer, de bondsarts, had voorgeschreven hadden een averechts effect.

De Engelsman Ian Beauchamp probeerde keer op keer weg te komen van de vier overige lopers. Beauchamp wist van de reputatie van zijn Noorse tegenstrever. Fjaerestad had een week eerder tijdens de interland Noorwegen – Nederland nog de vijfduizend meter gelopen tegen Klaas Lok en Gerard Tebroke en beschikte over een sterk eindschot.
Bij Tjalhuizum sloeg de Engelsman dan toch een gaatje samen met Roelof Veld en Jan Fjaerestad. De laatste vijf kilometer werd er hard doorgetrokken door het trio. In de eindsprint was het Fjaerestad die met 2.14.01 één tel voor Roelof Veld wist te finishen. De Engelsman moest vier seconden op de Deventer verzekeringsinspecteur toegeven.

De tijd van Fjaerestad betekende een verbetering van zijn Noorse record met bijna drie minuten. Roelof Veld was een kleine twee minuten sneller dan het Nederlands record van Ko van der Weijden. Ko van der Weijden (2.14.47) en Cor Vriend (2.14.32) bleven ook ruim onder de oude toptijd. De nummer drie van de wedstrijd, Ian Beauchamp, zette met 2.14.06 de beste marathontijd uit zijn carrière neer.

Deze opmerkelijke tijden waren voer voor sceptici. Zoveel lopers die een persoonlijke toptijd liepen op een winderig parcours? De vraag die bovenkwam en nog steeds rondzingt in de marathonwereld ging direct over de lengte van de Sneker marathon. Was deze wel 42.195 meter, of was het toch niet een kilometertje te kort? De anekdote van Henk Mentink over de bekentenis van Roelof Veld aan zijn hardloopvrienden wordt door Roelof Veld zelf gepareerd met een simpele opmerking: “Het was een Nederlands kampioenschap, met een officiële parcoursmeting, met uiteraard KNAU wedstrijdleiding en juryleden en een record dat officieel is goedgekeurd.”

Ko van der Weijden was niet verbaasd over de gelopen tijden: “Wat mezelf betreft had ik zo’n tijd wel verwacht na de Midwinter marathon die ik met die vele heuvels van start tot finish alleen had gelopen. Ik schatte in dat ik bij een snelle marathon ongeveer drie minuten harder zou moeten lopen. Voor Sneek was ik in de vorm van mijn leven maar mijn maagdarmproblemen door de pillen van de bondsarts deden mij de das om. Het heeft me lang dwars gezeten dat ik zo stom heb kunnen zijn.
Vlak voor de start kwam de bondsarts naar mij toe met de vraag of ik cafeïnepillen wilde slikken.
Ik had gehoord dat de pillen dienden om de koolhydraten verbranding uit te stellen zodat de man met de hamer later werd ontmoet maar ook dat het maag- en darmproblemen kon veroorzaken.
Ik vroeg daarom aan de arts of het slikken geen problemen zou geven. Hij zei geen problemen te verwachten alleen maar voordelen. Hij overtuigde me en ik slikte ze.
Na de finish was ik behoorlijk ziek maar ook boos op de arts die me zonder overleg vooraf hiertoe had gebracht. Maar ik was ook boos op mezelf dat ik me zo had kunnen laten manipuleren.
Ik wilde niet stoppen want dat zou het einde van mijn kansen geweest zijn.”

Maar dit is niet het einde van het verhaal. Ko van der Weijden ging met Roelof Veld en Cor Vriend naar de Europese kampioenschappen in Praag. Vlak voor de start van de marathon kwam de arts weer naar Ko toe met de vraag of hij cafeïnepillen wilde slikken.

Ko: “Ik weigerde en vertelde dat ik er maag- en darmproblemen van had gekregen bij de Sneek marathon. Zijn antwoord was dat dat een toevalligheid was geweest en ik me vooral geen zorgen moest maken. Het zou ongetwijfeld mijn prestatie verbeteren. Ik geloofde hem weer….slikte de pillen!! Tijdens de marathon gebeurde hetzelfde als in Sneek!! De mate was minder maar het was ellendig. Ik kwam in het stadion aan met met de gevolgen van darmproblemen langs mijn benen. Gelukkig presteerde ik daar goed ondanks de pillen.”

Ko van der Weijden werd in Praag tweeëntwintigste in 2.17.32,8, Cor Vriend volgde op vier minuten en Roelof Veld had ruim zes minuten meer nodig dan de atleet van A.V. ’23. “Achteraf gezien had ik in Sneek moeten winnen want ik was dat jaar naast de marathon van Praag ook in New York veel sneller dan Cor en Roelof. Cor Vriend heeft daarna nog veel snellere tijden gelopen. Ik niet, omdat ik het jaar daarop geblesseerd raakte en nooit meer een goede marathon heb gelopen”, aldus Ko van der Weijden.

De Nederlandse marathontop was toe aan die toptijden. Van het trainingsprincipe van de jaren ervoor, erg veel kilometers maken, was afgestapt. Na de wedstrijd in Sneek verklaarde Boverman tegenover Dick Loman, de redacteur van ‘De Atletiekwereld’: “Het komt erop neer dat er vroeger almaar aan het maken van kilometers werd gedacht. Dat aantal nemen we nu wat terug om daar tegenover een meer effectieve training te stellen. Niet alleen duurwerk maar dit gekoppeld aan meer snelheidswerk.”

Cor Vriend nam twee jaar later record van Roelof Veld over. Hij liep in 1980 tijdens de marathon in het Franse Essonne 2.13.20. Vier jaar later liep Vriend in Maassluis zijn persoonlijke besttijd. ‘Mister Westland’ won in 2.11.41. Van de status van Nederlands recordhouder heeft Cor Vriend niet lang kunnen genieten. Anderhalve maand na Essone liep Nijboer in Amsterdam zijn 2.09.01.

Met dank aan Ko vd Weijden, Roelof Veld, Bob Boverman, Henk Mentink, Ton Peters & Wim van Hemert.
Bronnen: De Atletiekwereld, Het Vrije Volk, Leeuwarder Courant, De Volkskrant.

Dit artikel in op 10 juni 2008 geschreven voor Losse Veter

Laat een reactie achter

"De finish is niet het einde van het lopen..." (Ultraloper Jan Knippenberg)